Taal · Stadssafari · Les 8: Vissen, spinnen, springen
Woensdag 2 september · 13:10 – 14:00 · Tekstbegrip
Op tafel:
Staal taal les 8 (40 min), tekstbegrip: dichten met stadsdieren. Magazine blz. 30-31, werkboek blz. 14. Optioneel: het boek "Ik wou dat ik een vogel was" en observatieformulier. Lees de gedichten vooraf zelf even door: klemtoon, pauzes, stemgebruik (hoog/laag, hard/zacht).
Ik wou dat ik twee Bloe'tjes was, dan kon ik samen luisteren…
Luister Een gedicht 🎧
Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemlijk te vervelen.
Ik wou dat ik twee hondjes was,
dan kon ik samen spelen.
— Godfried Bomans
Wat voor stemming krijg je bij dit gedicht? Word je er blij van, verdrietig, sloom — of wil je juist naar buiten? Ieder gevoel is goed.
Vallen er bepaalde woorden op? Kort bespreken. Benoem: niet ieder kind voelt hetzelfde bij een gedicht, en dat is niet goed of fout. Toon daarna de boekomslag op het digibord.
Lesdoel Nieuw doel vandaag!
Ik kan ervaren en vertellen hoe dichters met gewone woorden iets bijzonders maken.
Het doel is behaald als ik…
- goed heb geluisterd naar drie gedichten over stadsdieren;
- kan vertellen wat ík bijzonder vind aan een gedicht.
🎯 Zo leer je je uitdrukken in bijzondere taal — handig voor een origineel script voor je voice-over!
Zo zit het: dichters gebruiken gewone woorden — het hoeven geen moeilijke woorden te zijn — maar zeggen iets op een bijzondere manier.
Luister Drie gedichten over stadsdieren
🐟
Een oude snoek
Daan Zonderland
🕷️
Spinnen
Nannie Kuiper
🦗
Sprinkhaan, sprinkhaan
Frank Adam
Luister — of laat tijdens het voorlezen iets bijzonders horen. Op het digibord zie je alleen een plaatje van het dier.
Lees voor met aandacht voor klemtoon en pauzes; magazines blijven dicht. Moeilijke woorden kort uitleggen: Krimpen (plaats in NL), de Lek (rivier), baarsje (vissoort), weven (draden in elkaar vlechten), zelden (bijna nooit). Daarna 2e keer voorlezen terwijl de kinderen meelezen en bijwijzen in het magazine (blz. 30-31).
Samen Korte vragen — snel denken!
- 🐟 Wat is Krimpen? een dorp · Wat is de Lek? een rivier · Hoe voelde de snoek zich? niet lekker, beetje ziek/koortsig
- 🕷️ Hoe weeft een spin een web? hij knoopt draden aan elkaar · Wat doet een spin met de dieren die hij vangt? die eet hij op — dat is zijn maaltijd
- 🦗 Wat is de overeenkomst tussen een sprinkhaan en een kangoeroe? ze springen allebei · Wat zijn bedreigingen voor een sprinkhaan? schoenen die hem plattrappen en wielen die over hem heen rijden
Houd het tempo hoog; kies vragen afhankelijk van gedicht en tijd.
Aan het werk Werkboek blz. 14
- Opdracht 1: alleen — wat vind jij van de gedichten?
- Opdracht 2, 3 en 4: in tweetallen — bespreek samen wat je opvalt.
- Klaar? → weektaak
💬 Het gaat niet om goed of fout: samen de tekst onderzoeken en vertellen wat jíj bijzonder vindt.
Opdracht 1 kort klassikaal nabespreken (verschillende antwoorden laten horen!). Bij 2-4 per opdracht volgen wat de kinderen bespreken; help waar nodig. Hoofddoel: samen de tekst onderzoeken, erover nadenken, tot dieper begrip komen — niet de opdrachten, de tekst staat centraal.
Terugblik Is het doel behaald?
Ik kan vertellen hoe dichters met gewone woorden iets bijzonders maken.
🎤 Wie leest een regel voor die hij of zij bijzonder vindt — en vertelt waaróm?
Eigenaarschap: een paar kinderen kiezen hun mooiste regel. Link naar het thema: straks schrijf je zelf een script met bijzondere taal (voice-over vanaf les 10).
Vanaf les 10 wordt het groots: jij schrijft je eigen voice-over, als een echte natuurfilmstem. 🎙️