Rekenen · Blok 1 · Les 11
Maandag 7 september · 8:45 – 9:45 · Klokkijken met wijzers
Op tafel:
🪑 We starten als iedereen klaar zit · 🚀 Race tegen jezelf (3 min)
Snappet Instruct! blok 1 week 3 les 11 — doel #134 klokkijken met wijzers (minuten). Instructieklok + oefenklokjes klaarleggen; voor de verlengde instructie klokjes mét minutenstreepjes. ON4 (Dani) werkt parallel aan de Snappet-lessen van Janine — herinner Jessica dat zij die lessen samen met Dani maakt en er instructie op geeft (duo-afspraak).
Ik heb een lange wijzer én een korte wijzer op mijn horloge… maar welke is nou welke? Jij weet het straks zeker!
Weet je nog? Klokkijken met 5 minuten
Zet de klok op 10 over 4. toon
Opgave 1a/1b. Bij 1b hardop: "De kleine wijzer zet ik tussen 4 en 5, de grote wijzer op de 10." Wie dit nog niet vlot kan: noteren voor de verlengde instructie.
Lesdoel Nieuw doel vandaag!
Ik kan op een klok met wijzers de tijd tot op de minuut aflezen én zetten.
Het doel is behaald als ik…
- weet welke wijzer de uren en welke de minuten aangeeft;
- in het goede kwart kijk: over, voor half, over half of voor;
- de streepjes tel en de tijd zeg als "… over/voor (half) …".
🎯 Hiermee weet je precies hoeveel minuten je nog hebt tot de pauze, de bus of… bedtijd!
Ezelsbrug Welke wijzer is welke?
M-I-N-U-T-E-N is een lang woord → de lange wijzer.
U-U-R is een kort woord → de korte wijzer.
Elk cijfer = 5 minuten. Elk streepje = 1 minuut. Een heel rondje = 60 minuten.
Laat kinderen de woorden hardop uitrekken: "mi-nu-ten" (lang) — "uur" (kort). Wijs op de klasklok: staan daar ook kleine streepjes? Tel samen: bij de 6 zijn er precies 30 streepjes geweest (opgave 1e/1f).
Stappenplan Klokkijken in 4 stappen
Het is 2 voor half 9
- Stap 1 — korte wijzer (uur): tussen welke twee cijfers? tussen 8 en 9 → het is na 8 uur
- Stap 2 — lange wijzer (minuten): in welk kwart? vóór half → ik reken vanaf half 9
- Stap 3 — tel de streepjes tot half: 2 streepjes = 2 minuten
- Stap 4 — zeg de tijd: 2 voor half 9 · check: klopt de korte wijzer? Nog geen half 9 → ✓
Dit is de samenvattingskaart van Snappet (8:28). Zeg de stappen élke keer in dezelfde woorden. Het kwartenmodel (4 kleuren) bepaalt of je "over" of "voor" zegt en of je vanaf het hele of het halve uur telt. Gebruik het 📝 kladblok om de klok en het stappenplan zelf voor te doen.
Ik doe het voor Minuten tellen
3 streepjes na 9 uur → 3 over 9
4 streepjes vóór half 11 → 4 voor half 11
Over hoeveel minuten is het 6 uur? 2 → 2 voor 6
Opgaven 1g, 1h, 1i. Draai op de instructieklok de grote wijzer per minuut en tel hardop; vraag steeds: "Hoe kun je dat korter zeggen?" Veelgemaakte fout: 5:58 lezen als "2 over 6" — laat de korte wijzer checken: die staat nog vóór de 6.
Ik doe het voor Na half — én zetten
Hoeveel minuten na half 3? 7 → 7 over half 3
Zet de klok op 12 voor half 3 toon
Bij zetten doe je de stappen andersom: eerst de lange wijzer op de minuten (12 streepjes vóór de 6), dan de korte wijzer tussen 2 en 3 — bijna bij de helft.
Opgave 1j en 1l. Bij zetten letten op: de korte wijzer staat nooit precies óp een cijfer als het geen heel uur is. Opgave 1m (bedenk zelf een opdracht) is leuk als beurtvraag met 🎯.
Samen Stap voor stap: hoe laat is het?
- ✏️ Laat zien: stap 1 — korte wijzer?
tussen 8 en 9 → na 8 uur - ✏️ Laat nu stap 2 zien — welk kwart?
voor half → tellen vanaf half 9 - ✏️ Laat nu stap 3 zien — tel de streepjes.
6 streepjes tot de 6 = 6 minuten - ✏️ Laat nu stap 4 zien — zeg de tijd.
6 voor half 9 ✓
CVB per stap: na élke stap bordjes omhoog, dán pas de klik openen. Wie bij stap 2 "over half" schrijft, kijkt niet naar het kwart — terug naar het kwartenmodel.
Samen Nog drie — helemaal zelf
Het is 2 voor 7
Zet op 4 over 4 toon
Het is 7 over half 5
Opgaven 1o, 1p, 1q. Ronde 1 samen nabespreken, ronde 2 en 3 alleen op het wisbordje. Let op de notatie: "7 over half 5", niet "4:37".
Laat zien! Kun jij het al alleen?
Het is 11 over 9
Zet op 8 voor half 10 toon
Allebei goed? Dan stroom je uit: 💻 start de verwerking op Snappet (les 11).
CVB: "In welk kwart staat de lange wijzer, en vanaf waar tel je?" Fout/twijfel → instructietafel met klokjes mét minutenstreepjes.
Aan het werk Alleen als je het zelf kunt 💪
Wat doe je?
- 💻 Snappet les 11, opgave 2a t/m 2j
- Schrijf élke tijd ook in je rekenschrift zoals je hem zegt ("6 voor half 9")
- Klaar? → Verder werken ➕ op Snappet
- 20 plus-opgaven af? → werkpakket of rekenverrijking
Afspraken
- 🔇 We werken stil — ook geen vragen aan je maatje
- 🎲 vraagteken omhoog = de juf komt bij de vragenronde
- ⏱ time-timer loopt: 15 minuten
Antwoorden 2a-2j: 1:27 · 4:52 · 2 over 8 · 4 voor half 3 · 11 over 9 · 3:07 · 9:22 · 6 voor 5 · 9 over 4 · 3 over half 8. Daarna adaptief. Plus 4a-4e: 9-minutensprongen vanaf 3 uur (9 over 3, 12 voor half 4, 3 voor half 4, 6 over half 4, kwart voor 4, 6 voor 4, 3 over 4); 4b alleen kleine wijzer (1-6 voor half 12); 4c alleen grote wijzer (2 over half 1/2/3); 4d wijzers op elkaar (11 over 2, 3 voor half 6, 8 over half 8, 11 voor 10); 4e spel "Klokje rond!" in duo's met 2 dobbelstenen. Rekenverrijking voor plussers staat in de weektaak (duo).
Oefenen Samen aan de instructietafel
Eerst tellen we sámen de minuten op jullie klokje (vanaf 10 uur, streepje voor streepje). Dan:
2 over 10
3 voor half 8
3 voor 2
4 over half 3
Daarna zelf aan de tafel — zet je klokje op: 4 over 6 · 2 voor 4 · 3 voor 5 · 4 over half 2 · 1 voor half 9
Verlengde instructie 3a-3j. Elke leerling een klok mét minutenstreepjes. Steeds de stappen hardop: "Korte wijzer… lange wijzer… welk kwart… tel… zeg." Antwoorden zetten: 6:04 · 3:58 · 4:57 · 1:34 · 8:29. Wie het oppakt, stroomt alsnog uit naar Snappet.
Terugblik Is het doel behaald?
Ik kan op een klok met wijzers de tijd tot op de minuut aflezen én zetten.
✊ Vuist van 0 t/m 5. Vertel je buur: welke wijzer is de minutenwijzer — en hoe onthoud je dat?
Eigenaarschap: laat 2-3 kinderen de ezelsbrug in eigen woorden zeggen (lang woord → lange wijzer). Noteer wie morgen bij de digitale klok extra steun nodig heeft.
Morgen: dezelfde tijd, maar dan op een digitale klok. 18:56… hoe laat zeg je dat eigenlijk? 📱