← Agenda
Taal · Verdiepingsles A · Briljante planten · tekstbegrip · wo 9 sep · 13:10

Taal · Verdiepingsles A: Briljante planten

Woensdag 9 september · 13:10 – 14:00 · Tekstbegrip

Op tafel:

✏️ pen of potlood📰 magazine (nog dicht)📄 printblad les A🎲 vraagtekenblokje

Staal verdiepingsles A (40 min): magazine blz. 24-25, printblad les A, digibordsoftware. Optioneel: het boek Briljante planten (Roebers & Westermann) en een Zwitsers zakmes (of plaatje). Praatdelen kort (duo).

Planten die tussen stoeptegels overleven zonder rugzak of zakmes. Stoere stoepgroente!

Introductie Een Zwitsers zakmes 🔪

Weet je wat dit is? Waarom is dit handig als je op survival gaat?

Het is niet alleen een mes: kurkentrekker, haakje, blikopener, schroevendraaier, schaartje…

Mensen nemen op survival spullen mee. Wat nemen planten mee om te overleven? niks — die overleven zonder spullen!

Toon het boek(omslag). Vertel: de tekst komt uit dit boek over planten met bijzondere eigenschappen. Heeft iemand weleens een plant gezien op een plek waar je hem niet verwacht?

Lesdoel Nieuw doel vandaag!

Ik ontdek dat een informatieve tekst levendig kan zijn: de schrijver leeft zich in en laat zien dat hij de planten bewondert.

Het doel is behaald als ik…

  • in de tekst kan aanwijzen wáár de schrijver zich inleeft in een plant;
  • opdracht 1 t/m 4 met mijn maatje heb besproken.

Lezen Survival voor gevorderden · Leer je buren kennen

Moeilijke woorden:

survivallen = overleven · gevorderden = al best goed, maar nog geen expert · ravijn(tje) = diep dal tussen twee bergen · een taaie = stoer, kan veel aan

Snelle check — wie, waar, wat:

Wat is overleven? in leven blijven onder moeilijke omstandigheden
Wat gebruiken planten om te overleven? niks
Wie zijn dus de gevorderden? de planten

Regel 6-7: "Ze overleven er niet alleen, ze leven er." — hoor je de bewondering?

Lees voor, kinderen lezen mee en wijzen bij (magazine open). Tempo hoog bij de checkvragen.

Verdiepend lezen Lezen met de pen ✏️

  1. Zet een ! bij wat je mooi, grappig of interessant vindt; een ? bij wat je niet snapt.
  2. Opdracht 1 alleen (plekken ver weg / dichtbij).
  3. Opdracht 2, 3 en 4 in tweetallen — bespreek, schrijf dan pas.

💬 Het gaat niet om goed of fout: samen de tekst onderzoeken. Waarom vindt de schrijver de weegbree stoer?

Antwoordsuggesties: 1a ver weg: woestijn, bergtoppen · dichtbij: tussen straatstenen, op stoepen, langs tuinhekjes, bij stoplichten, in de knik tussen stoep en muur · 1b r.7 kurkdroge woestijnen, r.7-8 ijskoude bergtoppen, r.14-15 weinig ruimte voor je wortels; r.17 lompe zolen, r.27 fietsbanden, r.28 schoenzolen · 1c plekken dichtbij · 2a niet fijn op een stoep: geen ruimte, iedereen loopt over je heen · 2b kruipen in een kier, veren terug · 3a r.27 "echt een taaie", r.28 beweegt mee, r.29 veert terug · 4 r.1 Het is leuk, r.2 nog leuker, r.3-4 bekenden tegen, r.11 stoere toef, r.19 vrolijkt de straten op. Hardop-denk-model bij 2a staat in de handleiding.

Bespreking Wat ontdekten jullie?

Kort houden (10 min): 3-4 tweetallen aan het woord via 🎯. De opdrachten zijn een middel, de tekst staat centraal.

Kijk terug Is het doel behaald?

Ik ontdek dat een informatieve tekst levendig kan zijn.

Zijn planten nu interessanter dan je eerst dacht? Zou je meer over planten willen weten — en lijkt dit boek daarvoor geschikt?

🔮
Psst… de volgende les

Morgen presenteren jullie je voice-over. Zenuwachtig? Ik ook een beetje. 🎤

✏️ Bewerkmodus: klik op een tekst en typ. Klaar? Klik 💾 Opslaan — vervang daarna het oude bestand door de download.