Spelling · Blok 2 · Week 1 · Les 3 (grammatica)
Woensdag 23 september · 9:30 – 10:00
Op tafel:
Staal blok 2 week 1 les 3 — grammatica: bijvoeglijk naamwoord bij aardrijkskundige namen (hoofdletter!) + persoonsvorm en onderwerp herkennen. Geen nieuwe spellingcategorie, dus geen actieve dicteewerkvorm nodig; sluit kort af met een taxiwoord-dictee klassikaal.
Ik kom uit Bloesemland — dus ik ben een Bloesemse Bloe. Met hoofdletter, hoor!
Lesdoel Grammatica: aardrijkskundige bnw + zinsdelen
Ik kan het bijvoeglijk naamwoord van een aardrijkskundige naam herkennen en het onderwerp en de persoonsvorm vinden.
Het doel is behaald als ik…
- weet: een bijvoeglijk naamwoord van een aardrijkskundige naam krijgt een hoofdletter;
- met de vraagproef de persoonsvorm vind en met de vraag "wie/wat + persoonsvorm?" het onderwerp.
Uitleg Bijvoeglijk naamwoord + hoofdletter
Een bijvoeglijk naamwoord van een aardrijkskundige naam begint met een hoofdletter en zegt iets over het zelfstandig naamwoord erachter.
een Belgische jongen · de Franse grens · een Italiaans restaurant
Ook: Duitse, Belgische, Franse, Italiaanse — steeds een hoofdletter!
Kernregel handleiding: bnw afgeleid van een aardrijkskundige naam (land, stad, streek) krijgt een hoofdletter, ook al staat het niet aan het begin van de zin. Extra voorbeelden indien nodig: een Chinees restaurant, de Engelse taal.
Uitleg Persoonsvorm en onderwerp
Max en Youssef fietsen altijd samen.
Vraagproef (verander de tijd): "Max en Youssef fietsten altijd samen" → het woord dat verandert is de persoonsvorm: fietsen
Vraag: wie of wat + persoonsvorm? "Wie fietsen altijd samen?" → dat is het onderwerp: Max en Youssef
Vraagproef/tijdproef zoals in de handleiding: de persoonsvorm verandert mee met de tijd (tegenwoordig/verleden), het onderwerp beantwoordt "wie/wat + persoonsvorm?". Zinsdeel-afkortingen: ond = onderwerp, pv = persoonsvorm.
Oefenen Zinsdelen zoeken — in tweetallen
- Lees om de beurt een zin uit het werkboek hardop
- Zeg eerst de persoonsvorm (vraagproef), dan het onderwerp
- Je maatje checkt of het klopt
- Onderstreep de persoonsvorm één keer, het onderwerp twee keer
- Extra: zoek ook een aardrijkskundig bijvoeglijk naamwoord
- Klaar? → weektaak
Loop rond en let op de vraagproef: kinderen moeten de zin echt in een andere tijd hardop herhalen, niet gokken. Instinker: een zin met een meervoudig onderwerp ("Max en Youssef").
Afronding Taxiwoord-dictee — wisbordjes omhoog
Ik zeg zes taxiwoorden. Schrijf ze op je wisbordje en houd het omhoog op mijn teken.
Woorden (klassikaal voorlezen, één voor één): donkerste · de claxon · eeuwige · precies · de hooivork · maximaal. Geen actieve werkvorm nodig — korte klassikale afronding omdat dit een grammaticales is.
Nakijken Categorie + regel
| donkerste | donker → donkere → langermaakwoord + ste |
| de claxon | taxiwoord: /ks/ → x |
| eeuwige | eeuw-ieuw-woord: dubbele e |
| precies | taxiwoord: de c klinkt als /s/ |
| de hooivork | aai-ooi-oei: lange klank + i |
| maximaal | taxiwoord: /ks/ → x |
Bespreek kort per woord de categorie; koppel terug aan het taxiwoord uit les 1 en 2. Noteer eventuele foutcategorieën voor morgen.
Terugblik Is het doel behaald?
Ik kan het bijvoeglijk naamwoord van een aardrijkskundige naam herkennen en onderwerp en persoonsvorm vinden.
Vertel je maatje: waarom krijgt "Française" een hoofdletter, maar "vrolijke" niet?
Morgen sluiten we de taxiwoordweek af — met een broodje en een moeilijke zin! 🥪