← Agenda

⏰ Stappenplan klokkijken

Rekenen · blok 1 · les 11 en 12 · hang mij op of leg mij op tafel!

Ezelsbrug: welke wijzer is welke?

M-I-N-U-T-E-N is een lang woord → de lange wijzer wijst de minuten aan

U-U-R is een kort woord → de korte wijzer wijst het uur aan

Klok met wijzers · voorbeeld 8:28 = 2 voor half 9
123456789101112
elk cijfer = 5 min · elk streepje = 1 min
  1. Stap 1: Korte wijzer (uur): tussen welke twee cijfers? → tussen 8 en 9: het is ná 8 uur.
  2. Stap 2: Lange wijzer (minuten): in welk kwart? over · voor half · over half · voor → voor half.
  3. Stap 3: Tel de streepjes vanaf het hele of halve uur: 2 streepjes = 2 minuten.
  4. Stap 4: Zeg de tijd: "2 voor half 9". Check met de korte wijzer: nog geen half 9? Klopt!
Digitale klok · voorbeeld: 17 over 7 's avonds = 19:17
19:17
na :59 komt een nieuw uur
  1. Stap 1: Welk dagdeel? nacht (00–06) of ochtend (06–12): niets erbij · middag (12–18) of avond (18–24): 12 erbij.
  2. Stap 2: Uren sinds middernacht vóór de dubbele punt: 7 + 12 = 19.
  3. Stap 3: Minuten (00 t/m 59) achter de dubbele punt: tel verder vanaf een tijd die je weet → :17.
  4. Stap 4: Zeg het zoals je het zegt: 19:17 = 17 over 7 's avonds. (Andersom: meer dan 12? Dan 12 eraf.)
De vier kwarten · waar staat de lange wijzer?
overlange wijzer 12 → 3
3 over 8 · 12 over 8
voor halflange wijzer 3 → 6
10 voor half 9 · 2 voor half 9
over halflange wijzer 6 → 9
4 over half 9 · 13 over half 9
voorlange wijzer 9 → 12
10 voor 9 · 1 voor 9