Cijferend vermenigvuldigen ✖️

Naam:
Datum:

Weektaak rekenen · week 36 · hoort bij les 6

Zo doe je het: zet de som onder elkaar. Begin bij de eenheden. Onthoudcijfer klein erboven. Voorbeeld: 6 × 32 → 6 × 2 = 12 (schrijf 2, onthoud 1) → 6 × 3 = 18, + 1 = 19 → antwoord 192.
4 × 26
7 × 52
3 × 66
7 × 35
6 × 94
5 × 71
6 × 69
3 × 87
9 × 52
7 × 43

Uitdaging: Kim wisselt 7 briefjes van € 50 en 7 munten van € 2. Hoeveel euro is dat samen? Reken cijferend.

Antwoorden — voor de juf 👩‍🏫 (deze pagina niet kopiëren)

4×26 = 104 · 7×52 = 364 · 3×66 = 198 · 7×35 = 245 · 6×94 = 564 · 5×71 = 355 · 6×69 = 414 · 3×87 = 261 · 9×52 = 468 · 7×43 = 301
Uitdaging: 7×50 = 350, 7×2 = 14, samen € 364.