← Agenda

🧠 Redactiesommen

Naam:
Datum:

Weektaak rekenen · week 4 · hoort bij rekenen donderdag

Stappenplan: ① lees de som 2× · ② wat weet ik? wat is de vraag? · ③ schrijf de som op · ④ reken cijferend uit · ⑤ controleer + antwoord met eenheid
1.

Bij een bakker liggen 8 dozen met 24 koekjes. Hoeveel koekjes zijn dat?

Antwoord (met eenheid!): ______________________
2.

96 kinderen gaan met 8 busjes op schoolreis. Hoeveel kinderen per busje?

Antwoord (met eenheid!): ______________________
3.

Een treinkaartje kost 37 euro. Opa koopt er 5. Hoeveel betaalt hij?

Antwoord (met eenheid!): ______________________
4.

De film begint om 14:35 en duurt 25 minuten. Hoe laat is hij afgelopen?

Antwoord (met eenheid!): ______________________
5.

Een boer heeft 84 tulpen en maakt boeketten van 7. Hoeveel boeketten?

Antwoord (met eenheid!): ______________________
6.

Lisa spaart 9 weken lang 45 euro per week. Hoeveel heeft ze dan?

Antwoord (met eenheid!): ______________________

Antwoorden — alleen voor de juf

1) 8 × 24 = 192 koekjes · 2) 96 : 8 = 12 kinderen per busje · 3) 5 × 37 = 185 euro · 4) 14:35 + 25 min = 15:00 · 5) 84 : 7 = 12 boeketten · 6) 9 × 45 = 405 euro